Reisverslag: De toekomst van Marokko...
AMSTERDAM - Fatima Ballah (bestuurslid van de MVVN) verblijft voor haar proefschrift een aantal maanden in Marokko. Op de website van de MVVN zal ze regelmatig verslag doen van haar bevindingen, ervaringen en belevenissen die ze opdoet in Marokko. Lees beneden voor meer...
Door Fatima Ballah
Zomer
Marokko ken ik vooral van de zomervakanties in Al Hoceima. Maar veel contact heb ik daar niet met de lokale bevolking, omdat ik toch vooral bezig ben met mijn eigen vakantie en familie. Nu reis ik voor het eerst door andere delen van Marokko en verbaas ik me soms wat meer soms wat minder over wat en wie ik zoal tegenkom. Wat ik meteen merk is dat je als alleenreiziger veel makkelijker contact maakt en krijgt met mensen.
Werk als recht!
Zo zat ik op een terrasje in Rabat naast een meisje dat er uitzag als een – laat ik er niet omheen draaien - prostituee. Ik mocht op haar tas letten toen ze even wegging wat al een bepaalde vertrouwensband schiep. Ik dronk mijn thee en zij rookte een gebedelde sigaret op. Ondertussen werd er op het plein voor ons flink gedemonstreerd door jonge Marokkanen in groene shirtjes. Ik kon niet zien wat erop stond, dus ik vroeg haar of ze wist waar ze voor of tegen demonstreerden. Ze vertelde dat er veel werkloosheid is onder jongeren en dat ze demonstreren voor hun recht op werk.
Dat is nieuw voor mij: het krijgen van werk als een soort mensenrecht. Marokko werkt soms als een spiegel voor het Nederland dat ik ken: de omgekeerde wereld. Er is zoveel werkloosheid hier dat het hebben van werk op een gegeven moment inderdaad een recht wordt, dat de overheid moet garanderen –in plaats van een plicht, die de burgers moeten nakomen, zoals in Nederland. Toen vertelde ze over hoe sommigen jarenlang studeren om uiteindelijk als ober te eindigen, als ze geluk hebben. Ze zei dat het leven hard is voor de mensen hier. Inmiddels was het me wel opgevallen dat ze een beetje vreemd praat. Ik denk stiekem dat ze aan de drugs is. Ik zag ook dat de ober van mijn tafel afkeurend keek naar haar blote benen.
En op dat moment besloot ik om het gesprek niet af te ronden. Ik wilde op mijn manier een punt maken: zij is een gesprek waardig, net als ieder ander. En daarnaast was er genoeg gespreksstof.
Onderwijs?
Ik durfde haar niet te vragen wat voor baan zij zelf heeft, dus vroeg ik haar of ze nog studeerde. Ze moest grinniken, die vraag krijgt ze waarschijnlijk nooit. ‘Nee’, zei ze, ‘ik heb maar een klein beetje op school gezeten’. Onderwijs voor iedereen is blijkbaar zelfs in Rabat nog niet goed geregeld. Ze vertelde dat ze uit een gezin komt met veel problemen. Op haar tiende ging ze het huis al uit en werd ze door iemand anders verzorgd. Nu woont ze op zichzelf. Ze vindt het fijn om op zichzelf te zijn. Ze houdt niet van mensen, want die willen altijd iets van je. Er is nooit een relatie mogelijk waarin mensen alleen vriendschap van elkaar willen, altijd zijn er bepaalde belangen die meewegen. Dus blijft ze liever alleen. Daarnaast, vertelde ze, mogen mensen haar niet. Ze willen niks met haar te maken hebben. Zelfs haar eigen familie verdraagt haar niet. Ze heeft zelf gehoord hoe haar vader tegen haar moeder zei dat of zij weg moest, of dat hij weg ging.
Ik kon in haar ogen de pijn zien. Ze zoekt weleens haar familie op, maar haar vader jaagt haar dan weer meteen weg. Het kan hun niet schelen of ze leeft of al dood is. Volgens haar komen al deze negatieve reacties op haar door haar directheid. Ze zegt openlijk wat ze wil en vindt en daar hebben veel Marokkanen problemen mee, want die handelen niet in een rechte lijn, maar altijd ‘zigzag’. Ook denken veel mensen dat ze aan de drugs is, vertelde ze, ‘maar God heeft me zo geschapen, als je daar moeite mee hebt, is dat jouw probleem!’. Ik moet glimlachen; het lijkt wel alsof ze dit tegen mij zegt...
Ondertussen kwam er een notenverkoper kwam langs. Het meisje vertelde dat hij zeven talen heeft gestudeerd en uiteindelijk in zeven talen zijn noten verkoopt. Ik hoorde hem tegen Spaanse toeristen praten.
Is dat de toekomst van Marokko?

